De schrijver Roger Van de Velde

1 February 2021

UnknownAls schrijver werd Roger Van de Velde geboren in de gevangenis. Het was daar dat hij zijn debuut Galgenaas (1966) schreef. In de woorden van zijn biograaf Ellen Van Pelt gaat deze verhalenbundel ‘over gevangenen en hun geliefden, over vereenzaamde mensen, over de tragiek van het leven, over de relatie tussen bewakers en gevangenen, over verzet en berusting.’ Enkele andere boeken zouden nog volgen, waaronder de onlangs opnieuw uitgegeven meesterlijke verhalenbundel De knetterende schedel (1969). Van Pelt: ‘zijn sobere stijl, zijn laconieke humor, zijn rake observaties en zijn diepgewortelde sympathie voor mensen aan de rafelrand van onze samenleving maken zijn boeken een herontdekking waard.’

Via dichtbeschreven briefjes in sigarettenpakjes werden de verhalen door zijn vrouw uit de ‘penitentiaire vergeetputten’ van België gesmokkeld. Want schrijven mocht hij niet van justitie, laat staan dat deze van oorsprong journalist de beschikking kon krijgen over een schrijfmachine. Was Van de Velde een gevaarlijke misdadiger? Nee, hij was eind jaren vijftig helaas serieus verslaafd geraakt aan de krachtige pijnstiller Palfium en dat bracht hem ernstig in de problemen met de sterke arm der wet. Die pillen kreeg hij voorgeschreven vanwege aanhoudende maagpijn. Een kwaal waaraan hij al heel lang leed.
Tot die tijd had Van de Velde een redelijk normaal leven geleid als populaire (sport)journalist en columnist bij De Nieuwe Gazet in Antwerpen. Hij was gelukkig getrouwd en vader van twee kinderen. Wel dronk hij geregeld meer dan strikt noodzakelijk was. In 1958 ging het echter helemaal mis. Onder druk van zijn moeder gaf Roger dat jaar zijn bestaan als journalist op, om in het familiebedrijf te gaan werken. Een drankenhandel die oorspronkelijk in handen van zijn jonggestorven vader was. Deze stap maakt hem erg ongelukkig. Een vertegenwoordiger was hij immers niet. Bovendien, zo schrijft zijn biograaf: ‘Werken in een drankenhandel: het is de kat bij de melk zetten. Van de Velde begint meer en meer te drinken.’ Hij drinkt niet meer voor zijn genoegen, maar omdat hij niet anders kan.

Velen dachten toen nog dat verslaving een gebrek aan wilskracht was, in plaats van een ziekte. En behandelmethoden waren er niet. Het is moeilijk om de achtergronden van deze verslaving te ontrafelen. Was het eenzaamheid? Verdriet? Met familieleden heeft hij er niet over gepraat en hij heeft er ook niet over gecorrespondeerd. Wel heeft Van de Velde enkele keren aangetekend dat hij die dingen met de ‘mantel der discretie’ wenste te bedekken. Weliswaar gaat Roger van de Velde na deze crisis weer aan het werk als journalist, echt goed gaat het niet met hem.
Hij drinkt nu onophoudelijk en de situatie op de krant, waar men hem heel lang de hand boven het hoofd heeft gehouden, wordt onhoudbaar. En het was niet alleen de drank. Zijn behoefte aan Palfium bleek onverminderd groot. Hij begint zelfs receptenboekjes te stelen bij artsen. Apothekers worden steeds argwanender en dan loopt hij op een dag tegen de lamp en wordt proces-verbaal opgemaakt. Een jaar nadat hij voor de krant nota bene een reportagereeks schreef over het schrijnende gevangenisleven, belandt Roger Van de Velde zelf achter de tralies in Antwerpen. Hij wordt onderworpen aan een beschamend gemakzuchtig en halfslachtig psychiatrisch onderzoek dat hem tot aan zijn dood zal blijven achtervolgen. De conclusie was dat Van de Velde in een ‘erge staat van geestesstoornis [verkeerde] die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden’.

Wat er daarna gebeurt laat zich raden. De verslaving wordt niet behandeld en er volgt een jarenlange reeks van vrijlatingen, opnames in klinieken, arrestaties, gevangenissen, psychiatrische afdelingen, enzovoort. Talloze malen zal Van de Velde met behulp van onder andere dichter-advocaat Eddy van Vliet vrijlating bepleiten, maar steeds zonder succes. Jarenlang verblijft hij in afzondering, eenzaamheid en verveling tussen lustmoordenaars, kinderverkrachters, brandstichters, pooiers en bankrovers.
Van de Velde is in zijn verhalen eerder schatplichtig aan Willem Elsschot (zoals uit deze meer dan voortreffelijke biografie blijkt echt zijn grote voorbeeld) dan aan de nieuwe generatie schrijvers uit de jaren zestig. ‘In de geest van zijn meester Elsschot kiest hij voor een sobere, strakke stijl volgens de principes van de Nieuwe Zakelijkheid. Geen tierelantijntjes of stijlexperimenten, maar heldere, rake zinnen.’ Toch waren het naast Karel Jonckheere en Hubert Lampo, jonge schrijvers als Walter van den Broeck die in toenemende mate ijverden voor een meer humane behandeling van Van de Velde en zich inzetten voor zijn vrijlating.

Uiteindelijk, nadat de druk van diverse kanten zo groot werd en wellicht ook door de scherpe aanklacht tegen het gevangeniswezen die Van de Velde zelf schreef onder de titel Recht op antwoord (1969), mag Van de Velde op 3 april 1970 de gevangenis verlaten. Het gaat om een proefverlof, onder de voorwaarde dat hij zich laat behandelen. Maar het is eigenlijk al te laat. Als Van de Velde op 7 mei de prestigieuze Arkprijs van het Vrije Woord in ontvangst mag nemen, ziet Hubert Lampo dat het niet goed gaat. ‘Er lag een wanhopige afwezigheid in zijn blik. […] Hij moet vreselijk geleden hebben, van de ene inzinking naar de andere strompelend, met daartussen periodes van kracht en helderheid die hem en ons weer grote hoop schonken’. Aan het eind van diezelfde maand gaat het definitief mis. Van de Velde zet het weer op een drinken, bemachtigt tabletten Palfium en bezwijkt uiteindelijk onder het leven. Een getuige verklaart tegenover de politie: ‘Iets na 19u. is een manspersoon het café Brasserie André, Statiestraat 4, Antwerpen, binnengekomen. Ik ken deze persoon niet. Mij scheen deze persoon onwel. Hij zei geen woord. Wij hebben hem op een stoel gezet en hem wat water voorgezet. Hij bleef daar zo stom zitten. Na enkele minuten wilden wij hem wat bijbrengen met wat water in zijn gezicht te sproeien. Het is dan dat wij iets totaal abnormaals vaststelden. Deze persoon reageerde niet meer.’

Ellen van Pelt, Deze wereld is geen ergernis waard. Biografie Roger van de Velde. Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen 2020. www.uitgeverijvrijdag.be